Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik zwoeg
jij/je zwoegt
hij/zij/het/u zwoegt
wij/we zwoegen
jullie zwoegen
zij/ze zwoegen
onvoltooid verleden tijdpast
ik zwoegde
jij/je zwoegde
hij/zij/het/u zwoegde
wij/we zwoegden
jullie zwoegden
zij/ze zwoegden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gezwoegd
jij/je hebt gezwoegd
hij/zij/het/u heeft gezwoegd
wij/we hebben gezwoegd
jullie hebben gezwoegd
zij/ze hebben gezwoegd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gezwoegd
jij/je had gezwoegd
hij/zij/het/u had gezwoegd
wij/we hadden gezwoegd
jullie hadden gezwoegd
zij/ze hadden gezwoegd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal zwoegen
jij/je zult zwoegen
hij/zij/het/u zal zwoegen
wij/we zullen zwoegen
jullie zullen zwoegen
zij/ze zullen zwoegen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gezwoegd
jij/je zult hebben gezwoegd
hij/zij/het/u zal hebben gezwoegd
wij/we zullen hebben gezwoegd
jullie zullen hebben gezwoegd
zij/ze zullen hebben gezwoegd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou zwoegen
jij/je zou zwoegen
hij/zij/het/u zou zwoegen
wij/we zouden zwoegen
jullie zouden zwoegen
zij/ze zouden zwoegen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gezwoegd
jij/je zou hebben gezwoegd
hij/zij/het/u zou hebben gezwoegd
wij/we zouden hebben gezwoegd
jullie zouden hebben gezwoegd
zij/ze zouden hebben gezwoegd
gebiedende wijs: zwoeg
tegenwoordig deelwoord: zwoegend
voltooid deelwoord: gezwoegd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De studenten zwoegen op hun examens.
The students are toiling away at their exams.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij zwoegden de hele dag in de tuin.
We toiled in the garden all day.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft jaren gezwoegd voor zijn diploma.
He toiled for years for his diploma.