Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik zuig
jij/je zuigt
hij/zij/het/u zuigt
wij/we zuigen
jullie zuigen
zij/ze zuigen
onvoltooid verleden tijdpast
ik zoog
jij/je zoog
hij/zij/het/u zoog
wij/we zogen
jullie zogen
zij/ze zogen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gezogen
jij/je hebt gezogen
hij/zij/het/u heeft gezogen
wij/we hebben gezogen
jullie hebben gezogen
zij/ze hebben gezogen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gezogen
jij/je had gezogen
hij/zij/het/u had gezogen
wij/we hadden gezogen
jullie hadden gezogen
zij/ze hadden gezogen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal zuigen
jij/je zult zuigen
hij/zij/het/u zal zuigen
wij/we zullen zuigen
jullie zullen zuigen
zij/ze zullen zuigen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gezogen
jij/je zult hebben gezogen
hij/zij/het/u zal hebben gezogen
wij/we zullen hebben gezogen
jullie zullen hebben gezogen
zij/ze zullen hebben gezogen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou zuigen
jij/je zou zuigen
hij/zij/het/u zou zuigen
wij/we zouden zuigen
jullie zouden zuigen
zij/ze zouden zuigen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gezogen
jij/je zou hebben gezogen
hij/zij/het/u zou hebben gezogen
wij/we zouden hebben gezogen
jullie zouden hebben gezogen
zij/ze zouden hebben gezogen
gebiedende wijs: zuig
tegenwoordig deelwoord: zuigend
voltooid deelwoord: gezogen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De baby zuigt rustig op zijn duim.
The baby is calmly sucking his thumb.
Onvoltooid verleden tijdPast
De stofzuiger zoog al het stof van de vloer.
The vacuum cleaner sucked all the dust off the floor.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Het kindje heeft de hele nacht op de speen gezogen.
The little one sucked on the pacifier all night.