Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik zoek
jij/je zoekt
hij/zij/het/u zoekt
wij/we zoeken
jullie zoeken
zij/ze zoeken
onvoltooid verleden tijdpast
ik zocht
jij/je zocht
hij/zij/het/u zocht
wij/we zochten
jullie zochten
zij/ze zochten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gezocht
jij/je hebt gezocht
hij/zij/het/u heeft gezocht
wij/we hebben gezocht
jullie hebben gezocht
zij/ze hebben gezocht
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gezocht
jij/je had gezocht
hij/zij/het/u had gezocht
wij/we hadden gezocht
jullie hadden gezocht
zij/ze hadden gezocht
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal zoeken
jij/je zult zoeken
hij/zij/het/u zal zoeken
wij/we zullen zoeken
jullie zullen zoeken
zij/ze zullen zoeken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gezocht
jij/je zult hebben gezocht
hij/zij/het/u zal hebben gezocht
wij/we zullen hebben gezocht
jullie zullen hebben gezocht
zij/ze zullen hebben gezocht
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou zoeken
jij/je zou zoeken
hij/zij/het/u zou zoeken
wij/we zouden zoeken
jullie zouden zoeken
zij/ze zouden zoeken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gezocht
jij/je zou hebben gezocht
hij/zij/het/u zou hebben gezocht
wij/we zouden hebben gezocht
jullie zouden hebben gezocht
zij/ze zouden hebben gezocht
gebiedende wijs: zoek
tegenwoordig deelwoord: zoekend
voltooid deelwoord: gezocht
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij zoekt 's ochtends altijd naar je sleutels.
You are always looking for your keys in the morning.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij zocht overal naar haar telefoon.
She looked everywhere for her phone.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben uren naar een parkeerplek gezocht.
We searched for a parking spot for hours.