Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik zak
jij/je zakt
hij/zij/het/u zakt
wij/we zakken
jullie zakken
zij/ze zakken
onvoltooid verleden tijdpast
ik zakte
jij/je zakte
hij/zij/het/u zakte
wij/we zakten
jullie zakten
zij/ze zakten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben gezakt
jij/je bent gezakt
hij/zij/het/u is gezakt
wij/we zijn gezakt
jullie zijn gezakt
zij/ze zijn gezakt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was gezakt
jij/je was gezakt
hij/zij/het/u was gezakt
wij/we waren gezakt
jullie waren gezakt
zij/ze waren gezakt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal zakken
jij/je zult zakken
hij/zij/het/u zal zakken
wij/we zullen zakken
jullie zullen zakken
zij/ze zullen zakken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn gezakt
jij/je zult zijn gezakt
hij/zij/het/u zal zijn gezakt
wij/we zullen zijn gezakt
jullie zullen zijn gezakt
zij/ze zullen zijn gezakt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou zakken
jij/je zou zakken
hij/zij/het/u zou zakken
wij/we zouden zakken
jullie zouden zakken
zij/ze zouden zakken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn gezakt
jij/je zou zijn gezakt
hij/zij/het/u zou zijn gezakt
wij/we zouden zijn gezakt
jullie zouden zijn gezakt
zij/ze zouden zijn gezakt
gebiedende wijs: zak
tegenwoordig deelwoord: zakkend
voltooid deelwoord: gezakt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De zon zakt langzaam achter de heuvels.
The sun sinks slowly behind the hills.
Onvoltooid verleden tijdPast
De temperatuur zakte vannacht tot vijf graden.
The temperature dropped to five degrees last night.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij is helaas gezakt voor zijn rijexamen.
Unfortunately, he failed his driving test.