Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik wuif
jij/je wuift
hij/zij/het/u wuift
wij/we wuiven
jullie wuiven
zij/ze wuiven
onvoltooid verleden tijdpast
ik wuifde
jij/je wuifde
hij/zij/het/u wuifde
wij/we wuifden
jullie wuifden
zij/ze wuifden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gewuifd
jij/je hebt gewuifd
hij/zij/het/u heeft gewuifd
wij/we hebben gewuifd
jullie hebben gewuifd
zij/ze hebben gewuifd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gewuifd
jij/je had gewuifd
hij/zij/het/u had gewuifd
wij/we hadden gewuifd
jullie hadden gewuifd
zij/ze hadden gewuifd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal wuiven
jij/je zult wuiven
hij/zij/het/u zal wuiven
wij/we zullen wuiven
jullie zullen wuiven
zij/ze zullen wuiven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gewuifd
jij/je zult hebben gewuifd
hij/zij/het/u zal hebben gewuifd
wij/we zullen hebben gewuifd
jullie zullen hebben gewuifd
zij/ze zullen hebben gewuifd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou wuiven
jij/je zou wuiven
hij/zij/het/u zou wuiven
wij/we zouden wuiven
jullie zouden wuiven
zij/ze zouden wuiven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gewuifd
jij/je zou hebben gewuifd
hij/zij/het/u zou hebben gewuifd
wij/we zouden hebben gewuifd
jullie zouden hebben gewuifd
zij/ze zouden hebben gewuifd
gebiedende wijs: wuif
tegenwoordig deelwoord: wuivend
voltooid deelwoord: gewuifd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De kinderen wuiven naar de trein.
The children wave at the train.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij wuifden nog lang naar de vertrekkende boot.
We waved at the departing boat for a long time.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Opa heeft vanaf het balkon naar ons gewuifd.
Grandpa waved to us from the balcony.