Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik wrijf
jij/je wrijft
hij/zij/het/u wrijft
wij/we wrijven
jullie wrijven
zij/ze wrijven
onvoltooid verleden tijdpast
ik wreef
jij/je wreef
hij/zij/het/u wreef
wij/we wreven
jullie wreven
zij/ze wreven
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gewreven
jij/je hebt gewreven
hij/zij/het/u heeft gewreven
wij/we hebben gewreven
jullie hebben gewreven
zij/ze hebben gewreven
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gewreven
jij/je had gewreven
hij/zij/het/u had gewreven
wij/we hadden gewreven
jullie hadden gewreven
zij/ze hadden gewreven
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal wrijven
jij/je zult wrijven
hij/zij/het/u zal wrijven
wij/we zullen wrijven
jullie zullen wrijven
zij/ze zullen wrijven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gewreven
jij/je zult hebben gewreven
hij/zij/het/u zal hebben gewreven
wij/we zullen hebben gewreven
jullie zullen hebben gewreven
zij/ze zullen hebben gewreven
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou wrijven
jij/je zou wrijven
hij/zij/het/u zou wrijven
wij/we zouden wrijven
jullie zouden wrijven
zij/ze zouden wrijven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gewreven
jij/je zou hebben gewreven
hij/zij/het/u zou hebben gewreven
wij/we zouden hebben gewreven
jullie zouden hebben gewreven
zij/ze zouden hebben gewreven
gebiedende wijs: wrijf
tegenwoordig deelwoord: wrijvend
voltooid deelwoord: gewreven
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik wrijf de crème op mijn droge handen.
I rub the cream onto my dry hands.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij wreef de slaap uit haar ogen.
She rubbed the sleep from her eyes.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft met een doek over de tafel gewreven.
He rubbed the table with a cloth.
Voltooid verleden tijdPast perfect
Hij had de slaap uit zijn ogen gewreven.
He had rubbed the sleep out of his eyes.