Dutch Conjugations - WRIJVEN Hidden OG Image
  polytripper

  


(zich) wrijven
   
- to rub

strong (sterk) aux: hebben wreef — gewreven


Display tenses in:

Display tenses in:


onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
onvoltooid verleden tijdpast
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik
wrijf
wreef
heb gewreven
jij/je
wrijft
wreef
hebt gewreven
hij/zij/het/u
wrijft
wreef
heeft gewreven
wij/we
wrijven
wreven
hebben gewreven
jullie
wrijven
wreven
hebben gewreven
zij/ze
wrijven
wreven
hebben gewreven

voltooid verleden tijdpast perfect
onvoltooid toekomende tijdfuture
voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik
had gewreven
zal wrijven
zal hebben gewreven
jij/je
had gewreven
zult wrijven
zult hebben gewreven
hij/zij/het/u
had gewreven
zal wrijven
zal hebben gewreven
wij/we
hadden gewreven
zullen wrijven
zullen hebben gewreven
jullie
hadden gewreven
zullen wrijven
zullen hebben gewreven
zij/ze
hadden gewreven
zullen wrijven
zullen hebben gewreven

onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik
zou wrijven
zou hebben gewreven
jij/je
zou wrijven
zou hebben gewreven
hij/zij/het/u
zou wrijven
zou hebben gewreven
wij/we
zouden wrijven
zouden hebben gewreven
jullie
zouden wrijven
zouden hebben gewreven
zij/ze
zouden wrijven
zouden hebben gewreven

onvoltooid tegenwoordige tijdpresent

ik wrijf

jij/je wrijft

hij/zij/het/u wrijft

wij/we wrijven

jullie wrijven

zij/ze wrijven


onvoltooid verleden tijdpast

ik wreef

jij/je wreef

hij/zij/het/u wreef

wij/we wreven

jullie wreven

zij/ze wreven


voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik heb gewreven

jij/je hebt gewreven

hij/zij/het/u heeft gewreven

wij/we hebben gewreven

jullie hebben gewreven

zij/ze hebben gewreven


voltooid verleden tijdpast perfect

ik had gewreven

jij/je had gewreven

hij/zij/het/u had gewreven

wij/we hadden gewreven

jullie hadden gewreven

zij/ze hadden gewreven


onvoltooid toekomende tijdfuture

ik zal wrijven

jij/je zult wrijven

hij/zij/het/u zal wrijven

wij/we zullen wrijven

jullie zullen wrijven

zij/ze zullen wrijven


voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik zal hebben gewreven

jij/je zult hebben gewreven

hij/zij/het/u zal hebben gewreven

wij/we zullen hebben gewreven

jullie zullen hebben gewreven

zij/ze zullen hebben gewreven


onvoltooid verleden toekomende tijdconditional

ik zou wrijven

jij/je zou wrijven

hij/zij/het/u zou wrijven

wij/we zouden wrijven

jullie zouden wrijven

zij/ze zouden wrijven


voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik zou hebben gewreven

jij/je zou hebben gewreven

hij/zij/het/u zou hebben gewreven

wij/we zouden hebben gewreven

jullie zouden hebben gewreven

zij/ze zouden hebben gewreven



gebiedende wijs: wrijf

tegenwoordig deelwoord: wrijvend

voltooid deelwoord: gewreven


Example Sentences


Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent

Ik wrijf de crème op mijn droge handen.

I rub the cream onto my dry hands.


Onvoltooid verleden tijdPast

Zij wreef de slaap uit haar ogen.

She rubbed the sleep from her eyes.


Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect

Hij heeft met een doek over de tafel gewreven.

He rubbed the table with a cloth.


Voltooid verleden tijdPast perfect

Hij had de slaap uit zijn ogen gewreven.

He had rubbed the sleep out of his eyes.