Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik wreek
jij/je wreekt
hij/zij/het/u wreekt
wij/we wreken
jullie wreken
zij/ze wreken
onvoltooid verleden tijdpast
ik wreekte
jij/je wreekte
hij/zij/het/u wreekte
wij/we wreekten
jullie wreekten
zij/ze wreekten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gewroken
jij/je hebt gewroken
hij/zij/het/u heeft gewroken
wij/we hebben gewroken
jullie hebben gewroken
zij/ze hebben gewroken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gewroken
jij/je had gewroken
hij/zij/het/u had gewroken
wij/we hadden gewroken
jullie hadden gewroken
zij/ze hadden gewroken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal wreken
jij/je zult wreken
hij/zij/het/u zal wreken
wij/we zullen wreken
jullie zullen wreken
zij/ze zullen wreken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gewroken
jij/je zult hebben gewroken
hij/zij/het/u zal hebben gewroken
wij/we zullen hebben gewroken
jullie zullen hebben gewroken
zij/ze zullen hebben gewroken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou wreken
jij/je zou wreken
hij/zij/het/u zou wreken
wij/we zouden wreken
jullie zouden wreken
zij/ze zouden wreken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gewroken
jij/je zou hebben gewroken
hij/zij/het/u zou hebben gewroken
wij/we zouden hebben gewroken
jullie zouden hebben gewroken
zij/ze zouden hebben gewroken
gebiedende wijs: wreek
tegenwoordig deelwoord: wrekend
voltooid deelwoord: gewroken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij wreekt de nederlaag van vorige week.
He avenges last week's defeat.
Onvoltooid verleden tijdPast
Het team wreekte de nederlaag met een mooie overwinning.
The team avenged the defeat with a fine victory.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij hebben die verloren finale eindelijk gewroken.
They finally avenged that lost final.