Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik wil
jij/je wil/wilt
hij/zij/het/u wil/wilt
wij/we willen
jullie willen
zij/ze willen
onvoltooid verleden tijdpast
ik wilde/wou
jij/je wilde/wou
hij/zij/het/u wilde/wou
wij/we wilden/wouden
jullie wilden/wouden
zij/ze wilden/wouden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gewild
jij/je hebt gewild
hij/zij/het/u heeft gewild
wij/we hebben gewild
jullie hebben gewild
zij/ze hebben gewild
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gewild
jij/je had gewild
hij/zij/het/u had gewild
wij/we hadden gewild
jullie hadden gewild
zij/ze hadden gewild
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal willen
jij/je zult willen
hij/zij/het/u zal willen
wij/we zullen willen
jullie zullen willen
zij/ze zullen willen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gewild
jij/je zult hebben gewild
hij/zij/het/u zal hebben gewild
wij/we zullen hebben gewild
jullie zullen hebben gewild
zij/ze zullen hebben gewild
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou willen
jij/je zou willen
hij/zij/het/u zou willen
wij/we zouden willen
jullie zouden willen
zij/ze zouden willen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gewild
jij/je zou hebben gewild
hij/zij/het/u zou hebben gewild
wij/we zouden hebben gewild
jullie zouden hebben gewild
zij/ze zouden hebben gewild
gebiedende wijs: wil
tegenwoordig deelwoord: willend
voltooid deelwoord: gewild
The wil/wilt pair in the hij/zij/het/u cell is ONLY for u: both u wil and u wilt are correct. For hij/zij/het use only wil.
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik wil graag een kopje koffie.
I would like a cup of coffee.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij wilde vroeger piloot worden.
He wanted to become a pilot when he was young.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij hebben dat huis altijd al gewild.
They have always wanted that house.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Ik zou graag een kopje koffie willen.
I would like a cup of coffee.