Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik weet
jij/je weet
hij/zij/het/u weet
wij/we weten
jullie weten
zij/ze weten
onvoltooid verleden tijdpast
ik wist
jij/je wist
hij/zij/het/u wist
wij/we wisten
jullie wisten
zij/ze wisten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geweten
jij/je hebt geweten
hij/zij/het/u heeft geweten
wij/we hebben geweten
jullie hebben geweten
zij/ze hebben geweten
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geweten
jij/je had geweten
hij/zij/het/u had geweten
wij/we hadden geweten
jullie hadden geweten
zij/ze hadden geweten
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal weten
jij/je zult weten
hij/zij/het/u zal weten
wij/we zullen weten
jullie zullen weten
zij/ze zullen weten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geweten
jij/je zult hebben geweten
hij/zij/het/u zal hebben geweten
wij/we zullen hebben geweten
jullie zullen hebben geweten
zij/ze zullen hebben geweten
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou weten
jij/je zou weten
hij/zij/het/u zou weten
wij/we zouden weten
jullie zouden weten
zij/ze zouden weten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geweten
jij/je zou hebben geweten
hij/zij/het/u zou hebben geweten
wij/we zouden hebben geweten
jullie zouden hebben geweten
zij/ze zouden hebben geweten
gebiedende wijs: weet
tegenwoordig deelwoord: wetend
voltooid deelwoord: geweten
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij weet altijd het juiste antwoord.
You always know the right answer.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij wisten de weg naar het station niet.
We didn't know the way to the station.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft het altijd al geweten.
He has known it all along.
Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect
Zonder jouw bericht zou ik het nooit hebben geweten.
Without your message, I would never have known it.