Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik werk weg
jij/je werkt weg
hij/zij/het/u werkt weg
wij/we werken weg
jullie werken weg
zij/ze werken weg
onvoltooid verleden tijdpast
ik werkte weg
jij/je werkte weg
hij/zij/het/u werkte weg
wij/we werkten weg
jullie werkten weg
zij/ze werkten weg
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb weggewerkt
jij/je hebt weggewerkt
hij/zij/het/u heeft weggewerkt
wij/we hebben weggewerkt
jullie hebben weggewerkt
zij/ze hebben weggewerkt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had weggewerkt
jij/je had weggewerkt
hij/zij/het/u had weggewerkt
wij/we hadden weggewerkt
jullie hadden weggewerkt
zij/ze hadden weggewerkt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal wegwerken
jij/je zult wegwerken
hij/zij/het/u zal wegwerken
wij/we zullen wegwerken
jullie zullen wegwerken
zij/ze zullen wegwerken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben weggewerkt
jij/je zult hebben weggewerkt
hij/zij/het/u zal hebben weggewerkt
wij/we zullen hebben weggewerkt
jullie zullen hebben weggewerkt
zij/ze zullen hebben weggewerkt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou wegwerken
jij/je zou wegwerken
hij/zij/het/u zou wegwerken
wij/we zouden wegwerken
jullie zouden wegwerken
zij/ze zouden wegwerken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben weggewerkt
jij/je zou hebben weggewerkt
hij/zij/het/u zou hebben weggewerkt
wij/we zouden hebben weggewerkt
jullie zouden hebben weggewerkt
zij/ze zouden hebben weggewerkt
gebiedende wijs: werk weg
tegenwoordig deelwoord: wegwerkend
voltooid deelwoord: weggewerkt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij werken vandaag de achterstand weg.
We are clearing the backlog today.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij werkte de vlek met een doekje weg.
He removed the stain with a cloth.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb al mijn e-mails weggewerkt.
I have cleared all my emails.