Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik gooi weg
jij/je gooit weg
hij/zij/het/u gooit weg
wij/we gooien weg
jullie gooien weg
zij/ze gooien weg
onvoltooid verleden tijdpast
ik gooide weg
jij/je gooide weg
hij/zij/het/u gooide weg
wij/we gooiden weg
jullie gooiden weg
zij/ze gooiden weg
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb weggegooid
jij/je hebt weggegooid
hij/zij/het/u heeft weggegooid
wij/we hebben weggegooid
jullie hebben weggegooid
zij/ze hebben weggegooid
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had weggegooid
jij/je had weggegooid
hij/zij/het/u had weggegooid
wij/we hadden weggegooid
jullie hadden weggegooid
zij/ze hadden weggegooid
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal weggooien
jij/je zult weggooien
hij/zij/het/u zal weggooien
wij/we zullen weggooien
jullie zullen weggooien
zij/ze zullen weggooien
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben weggegooid
jij/je zult hebben weggegooid
hij/zij/het/u zal hebben weggegooid
wij/we zullen hebben weggegooid
jullie zullen hebben weggegooid
zij/ze zullen hebben weggegooid
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou weggooien
jij/je zou weggooien
hij/zij/het/u zou weggooien
wij/we zouden weggooien
jullie zouden weggooien
zij/ze zouden weggooien
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben weggegooid
jij/je zou hebben weggegooid
hij/zij/het/u zou hebben weggegooid
wij/we zouden hebben weggegooid
jullie zouden hebben weggegooid
zij/ze zouden hebben weggegooid
gebiedende wijs: gooi weg
tegenwoordig deelwoord: weggooiend
voltooid deelwoord: weggegooid
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik gooi de oude kranten weg.
I am throwing away the old newspapers.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft zijn kapotte schoenen weggegooid.
He has thrown away his broken shoes.
Gebiedende wijsImperative
Gooi dat lege flesje maar weg.
Just throw that empty bottle away.