Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik weeg
jij/je weegt
hij/zij/het/u weegt
wij/we wegen
jullie wegen
zij/ze wegen
onvoltooid verleden tijdpast
ik woog
jij/je woog
hij/zij/het/u woog
wij/we wogen
jullie wogen
zij/ze wogen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gewogen
jij/je hebt gewogen
hij/zij/het/u heeft gewogen
wij/we hebben gewogen
jullie hebben gewogen
zij/ze hebben gewogen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gewogen
jij/je had gewogen
hij/zij/het/u had gewogen
wij/we hadden gewogen
jullie hadden gewogen
zij/ze hadden gewogen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal wegen
jij/je zult wegen
hij/zij/het/u zal wegen
wij/we zullen wegen
jullie zullen wegen
zij/ze zullen wegen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gewogen
jij/je zult hebben gewogen
hij/zij/het/u zal hebben gewogen
wij/we zullen hebben gewogen
jullie zullen hebben gewogen
zij/ze zullen hebben gewogen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou wegen
jij/je zou wegen
hij/zij/het/u zou wegen
wij/we zouden wegen
jullie zouden wegen
zij/ze zouden wegen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gewogen
jij/je zou hebben gewogen
hij/zij/het/u zou hebben gewogen
wij/we zouden hebben gewogen
jullie zouden hebben gewogen
zij/ze zouden hebben gewogen
gebiedende wijs: weeg
tegenwoordig deelwoord: wegend
voltooid deelwoord: gewogen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De koffer weegt precies twintig kilo.
The suitcase weighs exactly twenty kilos.
Onvoltooid verleden tijdPast
De baby woog bij de geboorte vier kilo.
The baby weighed four kilos at birth.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb het meel voor de cake gewogen.
I weighed the flour for the cake.