Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik breng weg
jij/je brengt weg
hij/zij/het/u brengt weg
wij/we brengen weg
jullie brengen weg
zij/ze brengen weg
onvoltooid verleden tijdpast
ik bracht weg
jij/je bracht weg
hij/zij/het/u bracht weg
wij/we brachten weg
jullie brachten weg
zij/ze brachten weg
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb weggebracht
jij/je hebt weggebracht
hij/zij/het/u heeft weggebracht
wij/we hebben weggebracht
jullie hebben weggebracht
zij/ze hebben weggebracht
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had weggebracht
jij/je had weggebracht
hij/zij/het/u had weggebracht
wij/we hadden weggebracht
jullie hadden weggebracht
zij/ze hadden weggebracht
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal wegbrengen
jij/je zult wegbrengen
hij/zij/het/u zal wegbrengen
wij/we zullen wegbrengen
jullie zullen wegbrengen
zij/ze zullen wegbrengen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben weggebracht
jij/je zult hebben weggebracht
hij/zij/het/u zal hebben weggebracht
wij/we zullen hebben weggebracht
jullie zullen hebben weggebracht
zij/ze zullen hebben weggebracht
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou wegbrengen
jij/je zou wegbrengen
hij/zij/het/u zou wegbrengen
wij/we zouden wegbrengen
jullie zouden wegbrengen
zij/ze zouden wegbrengen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben weggebracht
jij/je zou hebben weggebracht
hij/zij/het/u zou hebben weggebracht
wij/we zouden hebben weggebracht
jullie zouden hebben weggebracht
zij/ze zouden hebben weggebracht
gebiedende wijs: breng weg
tegenwoordig deelwoord: wegbrengend
voltooid deelwoord: weggebracht
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik breng morgen de oude kleren weg.
I am taking the old clothes away tomorrow.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij bracht gisteren het oud papier weg.
He took the old paper away yesterday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben de lege flessen naar de winkel weggebracht.
We took the empty bottles back to the shop.