Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik voer
jij/je voert
hij/zij/het/u voert
wij/we voeren
jullie voeren
zij/ze voeren
onvoltooid verleden tijdpast
ik voerde
jij/je voerde
hij/zij/het/u voerde
wij/we voerden
jullie voerden
zij/ze voerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gevoerd
jij/je hebt gevoerd
hij/zij/het/u heeft gevoerd
wij/we hebben gevoerd
jullie hebben gevoerd
zij/ze hebben gevoerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gevoerd
jij/je had gevoerd
hij/zij/het/u had gevoerd
wij/we hadden gevoerd
jullie hadden gevoerd
zij/ze hadden gevoerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal voeren
jij/je zult voeren
hij/zij/het/u zal voeren
wij/we zullen voeren
jullie zullen voeren
zij/ze zullen voeren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gevoerd
jij/je zult hebben gevoerd
hij/zij/het/u zal hebben gevoerd
wij/we zullen hebben gevoerd
jullie zullen hebben gevoerd
zij/ze zullen hebben gevoerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou voeren
jij/je zou voeren
hij/zij/het/u zou voeren
wij/we zouden voeren
jullie zouden voeren
zij/ze zouden voeren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gevoerd
jij/je zou hebben gevoerd
hij/zij/het/u zou hebben gevoerd
wij/we zouden hebben gevoerd
jullie zouden hebben gevoerd
zij/ze zouden hebben gevoerd
gebiedende wijs: voer
tegenwoordig deelwoord: voerend
voltooid deelwoord: gevoerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Opa voert elke ochtend de eenden in het park.
Grandpa feeds the ducks in the park every morning.
Onvoltooid verleden tijdPast
De kinderen voerden de geiten op de kinderboerderij.
The children fed the goats at the petting zoo.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben een lang gesprek over de reis gevoerd.
We had a long conversation about the trip.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De boer zal de koeien vanochtend al hebben gevoerd.
The farmer will already have fed the cows this morning.