Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik vind
jij/je vindt
hij/zij/het/u vindt
wij/we vinden
jullie vinden
zij/ze vinden
onvoltooid verleden tijdpast
ik vond
jij/je vond
hij/zij/het/u vond
wij/we vonden
jullie vonden
zij/ze vonden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gevonden
jij/je hebt gevonden
hij/zij/het/u heeft gevonden
wij/we hebben gevonden
jullie hebben gevonden
zij/ze hebben gevonden
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gevonden
jij/je had gevonden
hij/zij/het/u had gevonden
wij/we hadden gevonden
jullie hadden gevonden
zij/ze hadden gevonden
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal vinden
jij/je zult vinden
hij/zij/het/u zal vinden
wij/we zullen vinden
jullie zullen vinden
zij/ze zullen vinden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gevonden
jij/je zult hebben gevonden
hij/zij/het/u zal hebben gevonden
wij/we zullen hebben gevonden
jullie zullen hebben gevonden
zij/ze zullen hebben gevonden
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou vinden
jij/je zou vinden
hij/zij/het/u zou vinden
wij/we zouden vinden
jullie zouden vinden
zij/ze zouden vinden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gevonden
jij/je zou hebben gevonden
hij/zij/het/u zou hebben gevonden
wij/we zouden hebben gevonden
jullie zouden hebben gevonden
zij/ze zouden hebben gevonden
gebiedende wijs: vind
tegenwoordig deelwoord: vindend
voltooid deelwoord: gevonden
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik vind deze soep echt heerlijk.
I find this soup really delicious.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij vond zijn sleutels onder de bank.
He found his keys under the couch.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben een leuk hotel in Gent gevonden.
We have found a nice hotel in Ghent.