Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik verzamel
jij/je verzamelt
hij/zij/het/u verzamelt
wij/we verzamelen
jullie verzamelen
zij/ze verzamelen
onvoltooid verleden tijdpast
ik verzamelde
jij/je verzamelde
hij/zij/het/u verzamelde
wij/we verzamelden
jullie verzamelden
zij/ze verzamelden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb verzameld
jij/je hebt verzameld
hij/zij/het/u heeft verzameld
wij/we hebben verzameld
jullie hebben verzameld
zij/ze hebben verzameld
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had verzameld
jij/je had verzameld
hij/zij/het/u had verzameld
wij/we hadden verzameld
jullie hadden verzameld
zij/ze hadden verzameld
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal verzamelen
jij/je zult verzamelen
hij/zij/het/u zal verzamelen
wij/we zullen verzamelen
jullie zullen verzamelen
zij/ze zullen verzamelen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben verzameld
jij/je zult hebben verzameld
hij/zij/het/u zal hebben verzameld
wij/we zullen hebben verzameld
jullie zullen hebben verzameld
zij/ze zullen hebben verzameld
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou verzamelen
jij/je zou verzamelen
hij/zij/het/u zou verzamelen
wij/we zouden verzamelen
jullie zouden verzamelen
zij/ze zouden verzamelen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben verzameld
jij/je zou hebben verzameld
hij/zij/het/u zou hebben verzameld
wij/we zouden hebben verzameld
jullie zouden hebben verzameld
zij/ze zouden hebben verzameld
gebiedende wijs: verzamel
tegenwoordig deelwoord: verzamelend
voltooid deelwoord: verzameld
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Mijn zoon verzamelt postzegels uit de hele wereld.
My son collects stamps from all over the world.
Onvoltooid verleden tijdPast
Als kind verzamelde ik kleine autootjes.
As a child I collected little toy cars.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben genoeg geld verzameld voor het goede doel.
We have collected enough money for the charity.