Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik vertaal
jij/je vertaalt
hij/zij/het/u vertaalt
wij/we vertalen
jullie vertalen
zij/ze vertalen
onvoltooid verleden tijdpast
ik vertaalde
jij/je vertaalde
hij/zij/het/u vertaalde
wij/we vertaalden
jullie vertaalden
zij/ze vertaalden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb vertaald
jij/je hebt vertaald
hij/zij/het/u heeft vertaald
wij/we hebben vertaald
jullie hebben vertaald
zij/ze hebben vertaald
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had vertaald
jij/je had vertaald
hij/zij/het/u had vertaald
wij/we hadden vertaald
jullie hadden vertaald
zij/ze hadden vertaald
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal vertalen
jij/je zult vertalen
hij/zij/het/u zal vertalen
wij/we zullen vertalen
jullie zullen vertalen
zij/ze zullen vertalen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben vertaald
jij/je zult hebben vertaald
hij/zij/het/u zal hebben vertaald
wij/we zullen hebben vertaald
jullie zullen hebben vertaald
zij/ze zullen hebben vertaald
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou vertalen
jij/je zou vertalen
hij/zij/het/u zou vertalen
wij/we zouden vertalen
jullie zouden vertalen
zij/ze zouden vertalen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben vertaald
jij/je zou hebben vertaald
hij/zij/het/u zou hebben vertaald
wij/we zouden hebben vertaald
jullie zouden hebben vertaald
zij/ze zouden hebben vertaald
gebiedende wijs: vertaal
tegenwoordig deelwoord: vertalend
voltooid deelwoord: vertaald
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Zij vertaalt boeken van het Frans naar het Nederlands.
She translates books from French into Dutch.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij vertaalde de brief voor zijn ouders.
He translated the letter for his parents.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Wij zullen de website naar het Engels vertalen.
We will translate the website into English.