Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik verslik
jij/je verslikt
hij/zij/het/u verslikt
wij/we verslikken
jullie verslikken
zij/ze verslikken
onvoltooid verleden tijdpast
ik verslikte
jij/je verslikte
hij/zij/het/u verslikte
wij/we verslikten
jullie verslikten
zij/ze verslikten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb verslikt
jij/je hebt verslikt
hij/zij/het/u heeft verslikt
wij/we hebben verslikt
jullie hebben verslikt
zij/ze hebben verslikt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had verslikt
jij/je had verslikt
hij/zij/het/u had verslikt
wij/we hadden verslikt
jullie hadden verslikt
zij/ze hadden verslikt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal verslikken
jij/je zult verslikken
hij/zij/het/u zal verslikken
wij/we zullen verslikken
jullie zullen verslikken
zij/ze zullen verslikken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben verslikt
jij/je zult hebben verslikt
hij/zij/het/u zal hebben verslikt
wij/we zullen hebben verslikt
jullie zullen hebben verslikt
zij/ze zullen hebben verslikt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou verslikken
jij/je zou verslikken
hij/zij/het/u zou verslikken
wij/we zouden verslikken
jullie zouden verslikken
zij/ze zouden verslikken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben verslikt
jij/je zou hebben verslikt
hij/zij/het/u zou hebben verslikt
wij/we zouden hebben verslikt
jullie zouden hebben verslikt
zij/ze zouden hebben verslikt
gebiedende wijs: verslik
tegenwoordig deelwoord: verslikkend
voltooid deelwoord: verslikt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij verslikt zich vaak in zijn koffie.
He often chokes on his coffee.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik verslikte me in een stukje brood.
I choked on a piece of bread.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij heeft zich verslikt in de hete soep.
She choked on the hot soup.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Hij zal zich vast in een graat hebben verslikt.
He will probably have choked on a fishbone.