Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik vermoed
jij/je vermoedt
hij/zij/het/u vermoedt
wij/we vermoeden
jullie vermoeden
zij/ze vermoeden
onvoltooid verleden tijdpast
ik vermoedde
jij/je vermoedde
hij/zij/het/u vermoedde
wij/we vermoedden
jullie vermoedden
zij/ze vermoedden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb vermoed
jij/je hebt vermoed
hij/zij/het/u heeft vermoed
wij/we hebben vermoed
jullie hebben vermoed
zij/ze hebben vermoed
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had vermoed
jij/je had vermoed
hij/zij/het/u had vermoed
wij/we hadden vermoed
jullie hadden vermoed
zij/ze hadden vermoed
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal vermoeden
jij/je zult vermoeden
hij/zij/het/u zal vermoeden
wij/we zullen vermoeden
jullie zullen vermoeden
zij/ze zullen vermoeden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben vermoed
jij/je zult hebben vermoed
hij/zij/het/u zal hebben vermoed
wij/we zullen hebben vermoed
jullie zullen hebben vermoed
zij/ze zullen hebben vermoed
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou vermoeden
jij/je zou vermoeden
hij/zij/het/u zou vermoeden
wij/we zouden vermoeden
jullie zouden vermoeden
zij/ze zouden vermoeden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben vermoed
jij/je zou hebben vermoed
hij/zij/het/u zou hebben vermoed
wij/we zouden hebben vermoed
jullie zouden hebben vermoed
zij/ze zouden hebben vermoed
gebiedende wijs: vermoed
tegenwoordig deelwoord: vermoedend
voltooid deelwoord: vermoed
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik vermoed een fout in de rekening.
I suspect a mistake in the bill.
Onvoltooid verleden tijdPast
De buren vermoedden al langer problemen.
The neighbors had suspected problems for a while.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Niemand heeft iets van de verrassing vermoed.
Nobody suspected anything about the surprise.
Voltooid verleden tijdPast perfect
Ik had al vermoed dat hij de sleutel was vergeten.
I had already suspected that he had forgotten the key.