Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik verlies
jij/je verliest
hij/zij/het/u verliest
wij/we verliezen
jullie verliezen
zij/ze verliezen
onvoltooid verleden tijdpast
ik verloor
jij/je verloor
hij/zij/het/u verloor
wij/we verloren
jullie verloren
zij/ze verloren
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb verloren
jij/je hebt verloren
hij/zij/het/u heeft verloren
wij/we hebben verloren
jullie hebben verloren
zij/ze hebben verloren
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had verloren
jij/je had verloren
hij/zij/het/u had verloren
wij/we hadden verloren
jullie hadden verloren
zij/ze hadden verloren
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal verliezen
jij/je zult verliezen
hij/zij/het/u zal verliezen
wij/we zullen verliezen
jullie zullen verliezen
zij/ze zullen verliezen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben verloren
jij/je zult hebben verloren
hij/zij/het/u zal hebben verloren
wij/we zullen hebben verloren
jullie zullen hebben verloren
zij/ze zullen hebben verloren
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou verliezen
jij/je zou verliezen
hij/zij/het/u zou verliezen
wij/we zouden verliezen
jullie zouden verliezen
zij/ze zouden verliezen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben verloren
jij/je zou hebben verloren
hij/zij/het/u zou hebben verloren
wij/we zouden hebben verloren
jullie zouden hebben verloren
zij/ze zouden hebben verloren
gebiedende wijs: verlies
tegenwoordig deelwoord: verliezend
voltooid deelwoord: verloren
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik verlies me vaak in details.
I often lose myself in details.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij verloor de wedstrijd gisteren.
He lost the match yesterday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij hebben alle hoop verloren.
They have lost all hope.