Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik verlaat
jij/je verlaat
hij/zij/het/u verlaat
wij/we verlaten
jullie verlaten
zij/ze verlaten
onvoltooid verleden tijdpast
ik verliet
jij/je verliet
hij/zij/het/u verliet
wij/we verlieten
jullie verlieten
zij/ze verlieten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb verlaten
jij/je hebt verlaten
hij/zij/het/u heeft verlaten
wij/we hebben verlaten
jullie hebben verlaten
zij/ze hebben verlaten
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had verlaten
jij/je had verlaten
hij/zij/het/u had verlaten
wij/we hadden verlaten
jullie hadden verlaten
zij/ze hadden verlaten
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal verlaten
jij/je zult verlaten
hij/zij/het/u zal verlaten
wij/we zullen verlaten
jullie zullen verlaten
zij/ze zullen verlaten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben verlaten
jij/je zult hebben verlaten
hij/zij/het/u zal hebben verlaten
wij/we zullen hebben verlaten
jullie zullen hebben verlaten
zij/ze zullen hebben verlaten
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou verlaten
jij/je zou verlaten
hij/zij/het/u zou verlaten
wij/we zouden verlaten
jullie zouden verlaten
zij/ze zouden verlaten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben verlaten
jij/je zou hebben verlaten
hij/zij/het/u zou hebben verlaten
wij/we zouden hebben verlaten
jullie zouden hebben verlaten
zij/ze zouden hebben verlaten
gebiedende wijs: verlaat
tegenwoordig deelwoord: verlatend
voltooid deelwoord: verlaten
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De trein verlaat het station om acht uur.
The train leaves the station at eight o'clock.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij verliet het feest al vroeg.
She left the party early.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De laatste gasten hebben het hotel gisteren verlaten.
The last guests left the hotel yesterday.