Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik verbeter
jij/je verbetert
hij/zij/het/u verbetert
wij/we verbeteren
jullie verbeteren
zij/ze verbeteren
onvoltooid verleden tijdpast
ik verbeterde
jij/je verbeterde
hij/zij/het/u verbeterde
wij/we verbeterden
jullie verbeterden
zij/ze verbeterden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb verbeterd
jij/je hebt verbeterd
hij/zij/het/u heeft verbeterd
wij/we hebben verbeterd
jullie hebben verbeterd
zij/ze hebben verbeterd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had verbeterd
jij/je had verbeterd
hij/zij/het/u had verbeterd
wij/we hadden verbeterd
jullie hadden verbeterd
zij/ze hadden verbeterd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal verbeteren
jij/je zult verbeteren
hij/zij/het/u zal verbeteren
wij/we zullen verbeteren
jullie zullen verbeteren
zij/ze zullen verbeteren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben verbeterd
jij/je zult hebben verbeterd
hij/zij/het/u zal hebben verbeterd
wij/we zullen hebben verbeterd
jullie zullen hebben verbeterd
zij/ze zullen hebben verbeterd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou verbeteren
jij/je zou verbeteren
hij/zij/het/u zou verbeteren
wij/we zouden verbeteren
jullie zouden verbeteren
zij/ze zouden verbeteren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben verbeterd
jij/je zou hebben verbeterd
hij/zij/het/u zou hebben verbeterd
wij/we zouden hebben verbeterd
jullie zouden hebben verbeterd
zij/ze zouden hebben verbeterd
gebiedende wijs: verbeter
tegenwoordig deelwoord: verbeterend
voltooid deelwoord: verbeterd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik verbeter mijn uitspraak met een app.
I improve my pronunciation with an app.
Onvoltooid verleden tijdPast
De leraar verbeterde de fouten in mijn brief.
The teacher corrected the mistakes in my letter.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben onze resultaten dit jaar verbeterd.
We have improved our results this year.