Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik vecht
jij/je vecht
hij/zij/het/u vecht
wij/we vechten
jullie vechten
zij/ze vechten
onvoltooid verleden tijdpast
ik vocht
jij/je vocht
hij/zij/het/u vocht
wij/we vochten
jullie vochten
zij/ze vochten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gevochten
jij/je hebt gevochten
hij/zij/het/u heeft gevochten
wij/we hebben gevochten
jullie hebben gevochten
zij/ze hebben gevochten
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gevochten
jij/je had gevochten
hij/zij/het/u had gevochten
wij/we hadden gevochten
jullie hadden gevochten
zij/ze hadden gevochten
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal vechten
jij/je zult vechten
hij/zij/het/u zal vechten
wij/we zullen vechten
jullie zullen vechten
zij/ze zullen vechten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gevochten
jij/je zult hebben gevochten
hij/zij/het/u zal hebben gevochten
wij/we zullen hebben gevochten
jullie zullen hebben gevochten
zij/ze zullen hebben gevochten
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou vechten
jij/je zou vechten
hij/zij/het/u zou vechten
wij/we zouden vechten
jullie zouden vechten
zij/ze zouden vechten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gevochten
jij/je zou hebben gevochten
hij/zij/het/u zou hebben gevochten
wij/we zouden hebben gevochten
jullie zouden hebben gevochten
zij/ze zouden hebben gevochten
gebiedende wijs: vecht
tegenwoordig deelwoord: vechtend
voltooid deelwoord: gevochten
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De bokser vecht vanavond voor de titel.
The boxer fights for the title tonight.
Onvoltooid verleden tijdPast
De twee katten vochten in de tuin.
The two cats fought in the garden.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Het team zal tot het einde vechten voor de winst.
The team will fight for the win until the end.