Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik vind uit
jij/je vindt uit
hij/zij/het/u vindt uit
wij/we vinden uit
jullie vinden uit
zij/ze vinden uit
onvoltooid verleden tijdpast
ik vond uit
jij/je vond uit
hij/zij/het/u vond uit
wij/we vonden uit
jullie vonden uit
zij/ze vonden uit
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb uitgevonden
jij/je hebt uitgevonden
hij/zij/het/u heeft uitgevonden
wij/we hebben uitgevonden
jullie hebben uitgevonden
zij/ze hebben uitgevonden
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had uitgevonden
jij/je had uitgevonden
hij/zij/het/u had uitgevonden
wij/we hadden uitgevonden
jullie hadden uitgevonden
zij/ze hadden uitgevonden
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal uitvinden
jij/je zult uitvinden
hij/zij/het/u zal uitvinden
wij/we zullen uitvinden
jullie zullen uitvinden
zij/ze zullen uitvinden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben uitgevonden
jij/je zult hebben uitgevonden
hij/zij/het/u zal hebben uitgevonden
wij/we zullen hebben uitgevonden
jullie zullen hebben uitgevonden
zij/ze zullen hebben uitgevonden
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou uitvinden
jij/je zou uitvinden
hij/zij/het/u zou uitvinden
wij/we zouden uitvinden
jullie zouden uitvinden
zij/ze zouden uitvinden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben uitgevonden
jij/je zou hebben uitgevonden
hij/zij/het/u zou hebben uitgevonden
wij/we zouden hebben uitgevonden
jullie zouden hebben uitgevonden
zij/ze zouden hebben uitgevonden
gebiedende wijs: vind uit
tegenwoordig deelwoord: uitvindend
voltooid deelwoord: uitgevonden
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij vindt altijd nieuwe spelletjes uit voor de kinderen.
He always invents new games for the children.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wie vond eigenlijk de telefoon uit?
Who actually invented the telephone?
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij hebben samen een slimme machine uitgevonden.
Together they have invented a clever machine.