Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik druk uit
jij/je drukt uit
hij/zij/het/u drukt uit
wij/we drukken uit
jullie drukken uit
zij/ze drukken uit
onvoltooid verleden tijdpast
ik drukte uit
jij/je drukte uit
hij/zij/het/u drukte uit
wij/we drukten uit
jullie drukten uit
zij/ze drukten uit
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb uitgedrukt
jij/je hebt uitgedrukt
hij/zij/het/u heeft uitgedrukt
wij/we hebben uitgedrukt
jullie hebben uitgedrukt
zij/ze hebben uitgedrukt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had uitgedrukt
jij/je had uitgedrukt
hij/zij/het/u had uitgedrukt
wij/we hadden uitgedrukt
jullie hadden uitgedrukt
zij/ze hadden uitgedrukt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal uitdrukken
jij/je zult uitdrukken
hij/zij/het/u zal uitdrukken
wij/we zullen uitdrukken
jullie zullen uitdrukken
zij/ze zullen uitdrukken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben uitgedrukt
jij/je zult hebben uitgedrukt
hij/zij/het/u zal hebben uitgedrukt
wij/we zullen hebben uitgedrukt
jullie zullen hebben uitgedrukt
zij/ze zullen hebben uitgedrukt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou uitdrukken
jij/je zou uitdrukken
hij/zij/het/u zou uitdrukken
wij/we zouden uitdrukken
jullie zouden uitdrukken
zij/ze zouden uitdrukken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben uitgedrukt
jij/je zou hebben uitgedrukt
hij/zij/het/u zou hebben uitgedrukt
wij/we zouden hebben uitgedrukt
jullie zouden hebben uitgedrukt
zij/ze zouden hebben uitgedrukt
gebiedende wijs: druk uit
tegenwoordig deelwoord: uitdrukkend
voltooid deelwoord: uitgedrukt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Zij drukt haar gevoelens uit in muziek.
She expresses her feelings in music.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij drukte zijn dank uit met een mooie brief.
He expressed his thanks with a beautiful letter.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb me in de vergadering duidelijk uitgedrukt.
I expressed myself clearly in the meeting.