Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik sta toe
jij/je staat toe
hij/zij/het/u staat toe
wij/we staan toe
jullie staan toe
zij/ze staan toe
onvoltooid verleden tijdpast
ik stond toe
jij/je stond toe
hij/zij/het/u stond toe
wij/we stonden toe
jullie stonden toe
zij/ze stonden toe
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb toegestaan
jij/je hebt toegestaan
hij/zij/het/u heeft toegestaan
wij/we hebben toegestaan
jullie hebben toegestaan
zij/ze hebben toegestaan
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had toegestaan
jij/je had toegestaan
hij/zij/het/u had toegestaan
wij/we hadden toegestaan
jullie hadden toegestaan
zij/ze hadden toegestaan
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal toestaan
jij/je zult toestaan
hij/zij/het/u zal toestaan
wij/we zullen toestaan
jullie zullen toestaan
zij/ze zullen toestaan
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben toegestaan
jij/je zult hebben toegestaan
hij/zij/het/u zal hebben toegestaan
wij/we zullen hebben toegestaan
jullie zullen hebben toegestaan
zij/ze zullen hebben toegestaan
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou toestaan
jij/je zou toestaan
hij/zij/het/u zou toestaan
wij/we zouden toestaan
jullie zouden toestaan
zij/ze zouden toestaan
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben toegestaan
jij/je zou hebben toegestaan
hij/zij/het/u zou hebben toegestaan
wij/we zouden hebben toegestaan
jullie zouden hebben toegestaan
zij/ze zouden hebben toegestaan
gebiedende wijs: sta toe
tegenwoordig deelwoord: toestaand
voltooid deelwoord: toegestaan
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De leraar staat geen woordenboeken toe bij de toets.
The teacher does not permit dictionaries during the test.
Onvoltooid verleden tijdPast
Mijn ouders stonden vroeger één uur tv per dag toe.
My parents used to allow one hour of TV per day.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Het hotel zal kleine huisdieren toestaan.
The hotel will allow small pets.
Voltooid verleden tijdPast perfect
De leraar had het gebruik van woordenboeken toegestaan tijdens de toets.
The teacher had allowed the use of dictionaries during the test.