Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik laat toe
jij/je laat toe
hij/zij/het/u laat toe
wij/we laten toe
jullie laten toe
zij/ze laten toe
onvoltooid verleden tijdpast
ik liet toe
jij/je liet toe
hij/zij/het/u liet toe
wij/we lieten toe
jullie lieten toe
zij/ze lieten toe
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb toegelaten
jij/je hebt toegelaten
hij/zij/het/u heeft toegelaten
wij/we hebben toegelaten
jullie hebben toegelaten
zij/ze hebben toegelaten
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had toegelaten
jij/je had toegelaten
hij/zij/het/u had toegelaten
wij/we hadden toegelaten
jullie hadden toegelaten
zij/ze hadden toegelaten
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal toelaten
jij/je zult toelaten
hij/zij/het/u zal toelaten
wij/we zullen toelaten
jullie zullen toelaten
zij/ze zullen toelaten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben toegelaten
jij/je zult hebben toegelaten
hij/zij/het/u zal hebben toegelaten
wij/we zullen hebben toegelaten
jullie zullen hebben toegelaten
zij/ze zullen hebben toegelaten
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou toelaten
jij/je zou toelaten
hij/zij/het/u zou toelaten
wij/we zouden toelaten
jullie zouden toelaten
zij/ze zouden toelaten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben toegelaten
jij/je zou hebben toegelaten
hij/zij/het/u zou hebben toegelaten
wij/we zouden hebben toegelaten
jullie zouden hebben toegelaten
zij/ze zouden hebben toegelaten
gebiedende wijs: laat toe
tegenwoordig deelwoord: toelatend
voltooid deelwoord: toegelaten
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het museum laat geen honden toe.
The museum does not allow dogs.
Onvoltooid verleden tijdPast
De school liet vroeger geen telefoons toe.
In the past the school did not allow phones.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ze hebben ons zonder kaartje toegelaten.
They admitted us without a ticket.