Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik stoor
jij/je stoort
hij/zij/het/u stoort
wij/we storen
jullie storen
zij/ze storen
onvoltooid verleden tijdpast
ik stoorde
jij/je stoorde
hij/zij/het/u stoorde
wij/we stoorden
jullie stoorden
zij/ze stoorden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gestoord
jij/je hebt gestoord
hij/zij/het/u heeft gestoord
wij/we hebben gestoord
jullie hebben gestoord
zij/ze hebben gestoord
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gestoord
jij/je had gestoord
hij/zij/het/u had gestoord
wij/we hadden gestoord
jullie hadden gestoord
zij/ze hadden gestoord
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal storen
jij/je zult storen
hij/zij/het/u zal storen
wij/we zullen storen
jullie zullen storen
zij/ze zullen storen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gestoord
jij/je zult hebben gestoord
hij/zij/het/u zal hebben gestoord
wij/we zullen hebben gestoord
jullie zullen hebben gestoord
zij/ze zullen hebben gestoord
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou storen
jij/je zou storen
hij/zij/het/u zou storen
wij/we zouden storen
jullie zouden storen
zij/ze zouden storen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gestoord
jij/je zou hebben gestoord
hij/zij/het/u zou hebben gestoord
wij/we zouden hebben gestoord
jullie zouden hebben gestoord
zij/ze zouden hebben gestoord
gebiedende wijs: stoor
tegenwoordig deelwoord: storend
voltooid deelwoord: gestoord
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het lawaai stoort mij tijdens het lezen.
The noise disturbs me while I am reading.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De telefoon heeft de les twee keer gestoord.
The phone disturbed the lesson twice.
Gebiedende wijsImperative
Stoor je broer niet tijdens zijn huiswerk.
Don't disturb your brother during his homework.