Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik stijg
jij/je stijgt
hij/zij/het/u stijgt
wij/we stijgen
jullie stijgen
zij/ze stijgen
onvoltooid verleden tijdpast
ik steeg
jij/je steeg
hij/zij/het/u steeg
wij/we stegen
jullie stegen
zij/ze stegen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben gestegen
jij/je bent gestegen
hij/zij/het/u is gestegen
wij/we zijn gestegen
jullie zijn gestegen
zij/ze zijn gestegen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was gestegen
jij/je was gestegen
hij/zij/het/u was gestegen
wij/we waren gestegen
jullie waren gestegen
zij/ze waren gestegen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal stijgen
jij/je zult stijgen
hij/zij/het/u zal stijgen
wij/we zullen stijgen
jullie zullen stijgen
zij/ze zullen stijgen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn gestegen
jij/je zult zijn gestegen
hij/zij/het/u zal zijn gestegen
wij/we zullen zijn gestegen
jullie zullen zijn gestegen
zij/ze zullen zijn gestegen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou stijgen
jij/je zou stijgen
hij/zij/het/u zou stijgen
wij/we zouden stijgen
jullie zouden stijgen
zij/ze zouden stijgen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn gestegen
jij/je zou zijn gestegen
hij/zij/het/u zou zijn gestegen
wij/we zouden zijn gestegen
jullie zouden zijn gestegen
zij/ze zouden zijn gestegen
gebiedende wijs: stijg
tegenwoordig deelwoord: stijgend
voltooid deelwoord: gestegen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De temperatuur stijgt vanmiddag naar dertig graden.
The temperature is rising to thirty degrees this afternoon.
Onvoltooid verleden tijdPast
De prijzen stegen vorig jaar flink.
Prices rose sharply last year.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Het vliegtuig is snel gestegen na de start.
The plane climbed quickly after take-off.