Dutch Conjugations - SNAPPEN Hidden OG Image
  polytripper

  


snappen
   
- to understand/get

weak (zwak) regular aux: hebben


Display tenses in:

Display tenses in:


onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
onvoltooid verleden tijdpast
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik
snap
snapte
heb gesnapt
jij/je
snapt
snapte
hebt gesnapt
hij/zij/het/u
snapt
snapte
heeft gesnapt
wij/we
snappen
snapten
hebben gesnapt
jullie
snappen
snapten
hebben gesnapt
zij/ze
snappen
snapten
hebben gesnapt

voltooid verleden tijdpast perfect
onvoltooid toekomende tijdfuture
voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik
had gesnapt
zal snappen
zal hebben gesnapt
jij/je
had gesnapt
zult snappen
zult hebben gesnapt
hij/zij/het/u
had gesnapt
zal snappen
zal hebben gesnapt
wij/we
hadden gesnapt
zullen snappen
zullen hebben gesnapt
jullie
hadden gesnapt
zullen snappen
zullen hebben gesnapt
zij/ze
hadden gesnapt
zullen snappen
zullen hebben gesnapt

onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik
zou snappen
zou hebben gesnapt
jij/je
zou snappen
zou hebben gesnapt
hij/zij/het/u
zou snappen
zou hebben gesnapt
wij/we
zouden snappen
zouden hebben gesnapt
jullie
zouden snappen
zouden hebben gesnapt
zij/ze
zouden snappen
zouden hebben gesnapt

onvoltooid tegenwoordige tijdpresent

ik snap

jij/je snapt

hij/zij/het/u snapt

wij/we snappen

jullie snappen

zij/ze snappen


onvoltooid verleden tijdpast

ik snapte

jij/je snapte

hij/zij/het/u snapte

wij/we snapten

jullie snapten

zij/ze snapten


voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik heb gesnapt

jij/je hebt gesnapt

hij/zij/het/u heeft gesnapt

wij/we hebben gesnapt

jullie hebben gesnapt

zij/ze hebben gesnapt


voltooid verleden tijdpast perfect

ik had gesnapt

jij/je had gesnapt

hij/zij/het/u had gesnapt

wij/we hadden gesnapt

jullie hadden gesnapt

zij/ze hadden gesnapt


onvoltooid toekomende tijdfuture

ik zal snappen

jij/je zult snappen

hij/zij/het/u zal snappen

wij/we zullen snappen

jullie zullen snappen

zij/ze zullen snappen


voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik zal hebben gesnapt

jij/je zult hebben gesnapt

hij/zij/het/u zal hebben gesnapt

wij/we zullen hebben gesnapt

jullie zullen hebben gesnapt

zij/ze zullen hebben gesnapt


onvoltooid verleden toekomende tijdconditional

ik zou snappen

jij/je zou snappen

hij/zij/het/u zou snappen

wij/we zouden snappen

jullie zouden snappen

zij/ze zouden snappen


voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik zou hebben gesnapt

jij/je zou hebben gesnapt

hij/zij/het/u zou hebben gesnapt

wij/we zouden hebben gesnapt

jullie zouden hebben gesnapt

zij/ze zouden hebben gesnapt



gebiedende wijs: snap

tegenwoordig deelwoord: snappend

voltooid deelwoord: gesnapt


Example Sentences


Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent

Ik snap deze wiskundesom niet.

I don't get this math problem.


Onvoltooid verleden tijdPast

Zij snapte de grap meteen.

She got the joke right away.


Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect

Wij hebben de uitleg goed gesnapt.

We understood the explanation well.