Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik smeek
jij/je smeekt
hij/zij/het/u smeekt
wij/we smeken
jullie smeken
zij/ze smeken
onvoltooid verleden tijdpast
ik smeekte
jij/je smeekte
hij/zij/het/u smeekte
wij/we smeekten
jullie smeekten
zij/ze smeekten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gesmeekt
jij/je hebt gesmeekt
hij/zij/het/u heeft gesmeekt
wij/we hebben gesmeekt
jullie hebben gesmeekt
zij/ze hebben gesmeekt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gesmeekt
jij/je had gesmeekt
hij/zij/het/u had gesmeekt
wij/we hadden gesmeekt
jullie hadden gesmeekt
zij/ze hadden gesmeekt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal smeken
jij/je zult smeken
hij/zij/het/u zal smeken
wij/we zullen smeken
jullie zullen smeken
zij/ze zullen smeken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gesmeekt
jij/je zult hebben gesmeekt
hij/zij/het/u zal hebben gesmeekt
wij/we zullen hebben gesmeekt
jullie zullen hebben gesmeekt
zij/ze zullen hebben gesmeekt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou smeken
jij/je zou smeken
hij/zij/het/u zou smeken
wij/we zouden smeken
jullie zouden smeken
zij/ze zouden smeken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gesmeekt
jij/je zou hebben gesmeekt
hij/zij/het/u zou hebben gesmeekt
wij/we zouden hebben gesmeekt
jullie zouden hebben gesmeekt
zij/ze zouden hebben gesmeekt
gebiedende wijs: smeek
tegenwoordig deelwoord: smekend
voltooid deelwoord: gesmeekt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De kinderen smeken om een ijsje.
The children are begging for an ice cream.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij smeekte zijn moeder om nog even te blijven.
He begged his mother to stay a little longer.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb hem om hulp gesmeekt.
I have begged him for help.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Het kind zal om een ijsje hebben gesmeekt.
The child will have begged for an ice cream.