Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik schrik
jij/je schrikt
hij/zij/het/u schrikt
wij/we schrikken
jullie schrikken
zij/ze schrikken
onvoltooid verleden tijdpast
ik schrok
jij/je schrok
hij/zij/het/u schrok
wij/we schrokken
jullie schrokken
zij/ze schrokken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben geschrokken
jij/je bent geschrokken
hij/zij/het/u is geschrokken
wij/we zijn geschrokken
jullie zijn geschrokken
zij/ze zijn geschrokken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was geschrokken
jij/je was geschrokken
hij/zij/het/u was geschrokken
wij/we waren geschrokken
jullie waren geschrokken
zij/ze waren geschrokken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal schrikken
jij/je zult schrikken
hij/zij/het/u zal schrikken
wij/we zullen schrikken
jullie zullen schrikken
zij/ze zullen schrikken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn geschrokken
jij/je zult zijn geschrokken
hij/zij/het/u zal zijn geschrokken
wij/we zullen zijn geschrokken
jullie zullen zijn geschrokken
zij/ze zullen zijn geschrokken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou schrikken
jij/je zou schrikken
hij/zij/het/u zou schrikken
wij/we zouden schrikken
jullie zouden schrikken
zij/ze zouden schrikken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn geschrokken
jij/je zou zijn geschrokken
hij/zij/het/u zou zijn geschrokken
wij/we zouden zijn geschrokken
jullie zouden zijn geschrokken
zij/ze zouden zijn geschrokken
gebiedende wijs: schrik
tegenwoordig deelwoord: schrikkend
voltooid deelwoord: geschrokken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik schrik altijd van harde geluiden.
I am always startled by loud noises.
Onvoltooid verleden tijdPast
De hond schrok van het vuurwerk.
The dog was startled by the fireworks.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Jullie zijn erg geschrokken van het nieuws.
You were really startled by the news.
Voltooid verleden tijdPast perfect
Ik was erg geschrokken van het harde geluid.
I had been really startled by the loud noise.