Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik schilder
jij/je schildert
hij/zij/het/u schildert
wij/we schilderen
jullie schilderen
zij/ze schilderen
onvoltooid verleden tijdpast
ik schilderde
jij/je schilderde
hij/zij/het/u schilderde
wij/we schilderden
jullie schilderden
zij/ze schilderden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geschilderd
jij/je hebt geschilderd
hij/zij/het/u heeft geschilderd
wij/we hebben geschilderd
jullie hebben geschilderd
zij/ze hebben geschilderd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geschilderd
jij/je had geschilderd
hij/zij/het/u had geschilderd
wij/we hadden geschilderd
jullie hadden geschilderd
zij/ze hadden geschilderd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal schilderen
jij/je zult schilderen
hij/zij/het/u zal schilderen
wij/we zullen schilderen
jullie zullen schilderen
zij/ze zullen schilderen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geschilderd
jij/je zult hebben geschilderd
hij/zij/het/u zal hebben geschilderd
wij/we zullen hebben geschilderd
jullie zullen hebben geschilderd
zij/ze zullen hebben geschilderd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou schilderen
jij/je zou schilderen
hij/zij/het/u zou schilderen
wij/we zouden schilderen
jullie zouden schilderen
zij/ze zouden schilderen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geschilderd
jij/je zou hebben geschilderd
hij/zij/het/u zou hebben geschilderd
wij/we zouden hebben geschilderd
jullie zouden hebben geschilderd
zij/ze zouden hebben geschilderd
gebiedende wijs: schilder
tegenwoordig deelwoord: schilderend
voltooid deelwoord: geschilderd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Mijn vader schildert het hek groen.
My father is painting the fence green.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij schilderden vorig jaar de hele keuken.
We painted the whole kitchen last year.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij heeft een mooi portret geschilderd.
She has painted a beautiful portrait.