Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik schenk
jij/je schenkt
hij/zij/het/u schenkt
wij/we schenken
jullie schenken
zij/ze schenken
onvoltooid verleden tijdpast
ik schonk
jij/je schonk
hij/zij/het/u schonk
wij/we schonken
jullie schonken
zij/ze schonken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geschonken
jij/je hebt geschonken
hij/zij/het/u heeft geschonken
wij/we hebben geschonken
jullie hebben geschonken
zij/ze hebben geschonken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geschonken
jij/je had geschonken
hij/zij/het/u had geschonken
wij/we hadden geschonken
jullie hadden geschonken
zij/ze hadden geschonken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal schenken
jij/je zult schenken
hij/zij/het/u zal schenken
wij/we zullen schenken
jullie zullen schenken
zij/ze zullen schenken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geschonken
jij/je zult hebben geschonken
hij/zij/het/u zal hebben geschonken
wij/we zullen hebben geschonken
jullie zullen hebben geschonken
zij/ze zullen hebben geschonken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou schenken
jij/je zou schenken
hij/zij/het/u zou schenken
wij/we zouden schenken
jullie zouden schenken
zij/ze zouden schenken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geschonken
jij/je zou hebben geschonken
hij/zij/het/u zou hebben geschonken
wij/we zouden hebben geschonken
jullie zouden hebben geschonken
zij/ze zouden hebben geschonken
gebiedende wijs: schenk
tegenwoordig deelwoord: schenkend
voltooid deelwoord: geschonken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De ober schenkt water in de glazen.
The waiter pours water into the glasses.
Onvoltooid verleden tijdPast
Oma schonk thee voor alle gasten.
Grandma poured tea for all the guests.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben ons oude speelgoed aan de buren geschonken.
We gave our old toys to the neighbors.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
De ober zou nog een kopje thee schenken.
The waiter would pour another cup of tea.