Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik loop rond
jij/je loopt rond
hij/zij/het/u loopt rond
wij/we lopen rond
jullie lopen rond
zij/ze lopen rond
onvoltooid verleden tijdpast
ik liep rond
jij/je liep rond
hij/zij/het/u liep rond
wij/we liepen rond
jullie liepen rond
zij/ze liepen rond
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb rondgelopen
jij/je hebt rondgelopen
hij/zij/het/u heeft rondgelopen
wij/we hebben rondgelopen
jullie hebben rondgelopen
zij/ze hebben rondgelopen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had rondgelopen
jij/je had rondgelopen
hij/zij/het/u had rondgelopen
wij/we hadden rondgelopen
jullie hadden rondgelopen
zij/ze hadden rondgelopen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal rondlopen
jij/je zult rondlopen
hij/zij/het/u zal rondlopen
wij/we zullen rondlopen
jullie zullen rondlopen
zij/ze zullen rondlopen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben rondgelopen
jij/je zult hebben rondgelopen
hij/zij/het/u zal hebben rondgelopen
wij/we zullen hebben rondgelopen
jullie zullen hebben rondgelopen
zij/ze zullen hebben rondgelopen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou rondlopen
jij/je zou rondlopen
hij/zij/het/u zou rondlopen
wij/we zouden rondlopen
jullie zouden rondlopen
zij/ze zouden rondlopen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben rondgelopen
jij/je zou hebben rondgelopen
hij/zij/het/u zou hebben rondgelopen
wij/we zouden hebben rondgelopen
jullie zouden hebben rondgelopen
zij/ze zouden hebben rondgelopen
gebiedende wijs: loop rond
tegenwoordig deelwoord: rondlopend
voltooid deelwoord: rondgelopen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De toeristen lopen de hele dag rond in de stad.
The tourists walk around the city all day.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik liep gisteren rond in de oude haven.
Yesterday I walked around the old harbor.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Morgen zullen wij rustig door het park rondlopen.
Tomorrow we will walk around the park at our leisure.