Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kijk rond
jij/je kijkt rond
hij/zij/het/u kijkt rond
wij/we kijken rond
jullie kijken rond
zij/ze kijken rond
onvoltooid verleden tijdpast
ik keek rond
jij/je keek rond
hij/zij/het/u keek rond
wij/we keken rond
jullie keken rond
zij/ze keken rond
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb rondgekeken
jij/je hebt rondgekeken
hij/zij/het/u heeft rondgekeken
wij/we hebben rondgekeken
jullie hebben rondgekeken
zij/ze hebben rondgekeken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had rondgekeken
jij/je had rondgekeken
hij/zij/het/u had rondgekeken
wij/we hadden rondgekeken
jullie hadden rondgekeken
zij/ze hadden rondgekeken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal rondkijken
jij/je zult rondkijken
hij/zij/het/u zal rondkijken
wij/we zullen rondkijken
jullie zullen rondkijken
zij/ze zullen rondkijken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben rondgekeken
jij/je zult hebben rondgekeken
hij/zij/het/u zal hebben rondgekeken
wij/we zullen hebben rondgekeken
jullie zullen hebben rondgekeken
zij/ze zullen hebben rondgekeken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou rondkijken
jij/je zou rondkijken
hij/zij/het/u zou rondkijken
wij/we zouden rondkijken
jullie zouden rondkijken
zij/ze zouden rondkijken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben rondgekeken
jij/je zou hebben rondgekeken
hij/zij/het/u zou hebben rondgekeken
wij/we zouden hebben rondgekeken
jullie zouden hebben rondgekeken
zij/ze zouden hebben rondgekeken
gebiedende wijs: kijk rond
tegenwoordig deelwoord: rondkijkend
voltooid deelwoord: rondgekeken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij kijken even rond in de nieuwe winkel.
We are just looking around in the new shop.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij keek rustig rond in het museum.
She calmly looked around in the museum.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb een uurtje rondgekeken op de markt.
I looked around at the market for an hour.