Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik reageer
jij/je reageert
hij/zij/het/u reageert
wij/we reageren
jullie reageren
zij/ze reageren
onvoltooid verleden tijdpast
ik reageerde
jij/je reageerde
hij/zij/het/u reageerde
wij/we reageerden
jullie reageerden
zij/ze reageerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gereageerd
jij/je hebt gereageerd
hij/zij/het/u heeft gereageerd
wij/we hebben gereageerd
jullie hebben gereageerd
zij/ze hebben gereageerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gereageerd
jij/je had gereageerd
hij/zij/het/u had gereageerd
wij/we hadden gereageerd
jullie hadden gereageerd
zij/ze hadden gereageerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal reageren
jij/je zult reageren
hij/zij/het/u zal reageren
wij/we zullen reageren
jullie zullen reageren
zij/ze zullen reageren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gereageerd
jij/je zult hebben gereageerd
hij/zij/het/u zal hebben gereageerd
wij/we zullen hebben gereageerd
jullie zullen hebben gereageerd
zij/ze zullen hebben gereageerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou reageren
jij/je zou reageren
hij/zij/het/u zou reageren
wij/we zouden reageren
jullie zouden reageren
zij/ze zouden reageren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gereageerd
jij/je zou hebben gereageerd
hij/zij/het/u zou hebben gereageerd
wij/we zouden hebben gereageerd
jullie zouden hebben gereageerd
zij/ze zouden hebben gereageerd
gebiedende wijs: reageer
tegenwoordig deelwoord: reagerend
voltooid deelwoord: gereageerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij reageert altijd zo snel op mijn berichten.
You always respond so quickly to my messages.
Onvoltooid verleden tijdPast
De leraar reageerde rustig op de vraag.
The teacher reacted calmly to the question.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb gisteren op je e-mail gereageerd.
I responded to your email yesterday.