Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik raak
jij/je raakt
hij/zij/het/u raakt
wij/we raken
jullie raken
zij/ze raken
onvoltooid verleden tijdpast
ik raakte
jij/je raakte
hij/zij/het/u raakte
wij/we raakten
jullie raakten
zij/ze raakten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geraakt
jij/je hebt geraakt
hij/zij/het/u heeft geraakt
wij/we hebben geraakt
jullie hebben geraakt
zij/ze hebben geraakt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geraakt
jij/je had geraakt
hij/zij/het/u had geraakt
wij/we hadden geraakt
jullie hadden geraakt
zij/ze hadden geraakt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal raken
jij/je zult raken
hij/zij/het/u zal raken
wij/we zullen raken
jullie zullen raken
zij/ze zullen raken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geraakt
jij/je zult hebben geraakt
hij/zij/het/u zal hebben geraakt
wij/we zullen hebben geraakt
jullie zullen hebben geraakt
zij/ze zullen hebben geraakt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou raken
jij/je zou raken
hij/zij/het/u zou raken
wij/we zouden raken
jullie zouden raken
zij/ze zouden raken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geraakt
jij/je zou hebben geraakt
hij/zij/het/u zou hebben geraakt
wij/we zouden hebben geraakt
jullie zouden hebben geraakt
zij/ze zouden hebben geraakt
gebiedende wijs: raak
tegenwoordig deelwoord: rakend
voltooid deelwoord: geraakt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De bal raakt bijna het raam.
The ball almost hits the window.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij raakte per ongeluk mijn arm.
She accidentally touched my arm.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Met deze wind zal de bal het doel niet raken.
With this wind the ball will not hit the goal.