Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik raad
jij/je raadt
hij/zij/het/u raadt
wij/we raden
jullie raden
zij/ze raden
onvoltooid verleden tijdpast
ik raadde
jij/je raadde
hij/zij/het/u raadde
wij/we raadden
jullie raadden
zij/ze raadden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geraden
jij/je hebt geraden
hij/zij/het/u heeft geraden
wij/we hebben geraden
jullie hebben geraden
zij/ze hebben geraden
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geraden
jij/je had geraden
hij/zij/het/u had geraden
wij/we hadden geraden
jullie hadden geraden
zij/ze hadden geraden
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal raden
jij/je zult raden
hij/zij/het/u zal raden
wij/we zullen raden
jullie zullen raden
zij/ze zullen raden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geraden
jij/je zult hebben geraden
hij/zij/het/u zal hebben geraden
wij/we zullen hebben geraden
jullie zullen hebben geraden
zij/ze zullen hebben geraden
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou raden
jij/je zou raden
hij/zij/het/u zou raden
wij/we zouden raden
jullie zouden raden
zij/ze zouden raden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geraden
jij/je zou hebben geraden
hij/zij/het/u zou hebben geraden
wij/we zouden hebben geraden
jullie zouden hebben geraden
zij/ze zouden hebben geraden
gebiedende wijs: raad
tegenwoordig deelwoord: radend
voltooid deelwoord: geraden
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik raad het antwoord bijna nooit goed.
I almost never guess the answer correctly.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij raadde meteen mijn leeftijd.
He guessed my age right away.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Jij hebt het juiste getal geraden!
You guessed the right number!
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Zij zal het juiste antwoord meteen hebben geraden.
She will have guessed the right answer immediately.