Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik poets
jij/je poetst
hij/zij/het/u poetst
wij/we poetsen
jullie poetsen
zij/ze poetsen
onvoltooid verleden tijdpast
ik poetste
jij/je poetste
hij/zij/het/u poetste
wij/we poetsten
jullie poetsten
zij/ze poetsten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gepoetst
jij/je hebt gepoetst
hij/zij/het/u heeft gepoetst
wij/we hebben gepoetst
jullie hebben gepoetst
zij/ze hebben gepoetst
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gepoetst
jij/je had gepoetst
hij/zij/het/u had gepoetst
wij/we hadden gepoetst
jullie hadden gepoetst
zij/ze hadden gepoetst
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal poetsen
jij/je zult poetsen
hij/zij/het/u zal poetsen
wij/we zullen poetsen
jullie zullen poetsen
zij/ze zullen poetsen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gepoetst
jij/je zult hebben gepoetst
hij/zij/het/u zal hebben gepoetst
wij/we zullen hebben gepoetst
jullie zullen hebben gepoetst
zij/ze zullen hebben gepoetst
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou poetsen
jij/je zou poetsen
hij/zij/het/u zou poetsen
wij/we zouden poetsen
jullie zouden poetsen
zij/ze zouden poetsen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gepoetst
jij/je zou hebben gepoetst
hij/zij/het/u zou hebben gepoetst
wij/we zouden hebben gepoetst
jullie zouden hebben gepoetst
zij/ze zouden hebben gepoetst
gebiedende wijs: poets
tegenwoordig deelwoord: poetsend
voltooid deelwoord: gepoetst
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik poets mijn tanden twee keer per dag.
I brush my teeth twice a day.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft zijn schoenen netjes gepoetst.
He has polished his shoes neatly.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Wij zullen morgen de hele badkamer poetsen.
We will clean the whole bathroom tomorrow.