Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik plaats
jij/je plaatst
hij/zij/het/u plaatst
wij/we plaatsen
jullie plaatsen
zij/ze plaatsen
onvoltooid verleden tijdpast
ik plaatste
jij/je plaatste
hij/zij/het/u plaatste
wij/we plaatsten
jullie plaatsten
zij/ze plaatsten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geplaatst
jij/je hebt geplaatst
hij/zij/het/u heeft geplaatst
wij/we hebben geplaatst
jullie hebben geplaatst
zij/ze hebben geplaatst
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geplaatst
jij/je had geplaatst
hij/zij/het/u had geplaatst
wij/we hadden geplaatst
jullie hadden geplaatst
zij/ze hadden geplaatst
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal plaatsen
jij/je zult plaatsen
hij/zij/het/u zal plaatsen
wij/we zullen plaatsen
jullie zullen plaatsen
zij/ze zullen plaatsen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geplaatst
jij/je zult hebben geplaatst
hij/zij/het/u zal hebben geplaatst
wij/we zullen hebben geplaatst
jullie zullen hebben geplaatst
zij/ze zullen hebben geplaatst
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou plaatsen
jij/je zou plaatsen
hij/zij/het/u zou plaatsen
wij/we zouden plaatsen
jullie zouden plaatsen
zij/ze zouden plaatsen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geplaatst
jij/je zou hebben geplaatst
hij/zij/het/u zou hebben geplaatst
wij/we zouden hebben geplaatst
jullie zouden hebben geplaatst
zij/ze zouden hebben geplaatst
gebiedende wijs: plaats
tegenwoordig deelwoord: plaatsend
voltooid deelwoord: geplaatst
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Zij plaatst elke week een foto op internet.
She posts a photo online every week.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij plaatsten de bank tegen de andere muur.
We placed the sofa against the other wall.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft een advertentie in de krant geplaatst.
He has placed an advertisement in the newspaper.