Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik onderhandel
jij/je onderhandelt
hij/zij/het/u onderhandelt
wij/we onderhandelen
jullie onderhandelen
zij/ze onderhandelen
onvoltooid verleden tijdpast
ik onderhandelde
jij/je onderhandelde
hij/zij/het/u onderhandelde
wij/we onderhandelden
jullie onderhandelden
zij/ze onderhandelden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb onderhandeld
jij/je hebt onderhandeld
hij/zij/het/u heeft onderhandeld
wij/we hebben onderhandeld
jullie hebben onderhandeld
zij/ze hebben onderhandeld
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had onderhandeld
jij/je had onderhandeld
hij/zij/het/u had onderhandeld
wij/we hadden onderhandeld
jullie hadden onderhandeld
zij/ze hadden onderhandeld
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal onderhandelen
jij/je zult onderhandelen
hij/zij/het/u zal onderhandelen
wij/we zullen onderhandelen
jullie zullen onderhandelen
zij/ze zullen onderhandelen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben onderhandeld
jij/je zult hebben onderhandeld
hij/zij/het/u zal hebben onderhandeld
wij/we zullen hebben onderhandeld
jullie zullen hebben onderhandeld
zij/ze zullen hebben onderhandeld
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou onderhandelen
jij/je zou onderhandelen
hij/zij/het/u zou onderhandelen
wij/we zouden onderhandelen
jullie zouden onderhandelen
zij/ze zouden onderhandelen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben onderhandeld
jij/je zou hebben onderhandeld
hij/zij/het/u zou hebben onderhandeld
wij/we zouden hebben onderhandeld
jullie zouden hebben onderhandeld
zij/ze zouden hebben onderhandeld
gebiedende wijs: onderhandel
tegenwoordig deelwoord: onderhandelend
voltooid deelwoord: onderhandeld
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij onderhandelen over de prijs van de auto.
We are negotiating the price of the car.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij onderhandelde lang over zijn salaris.
He negotiated his salary for a long time.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Zij zullen volgende week over het contract onderhandelen.
They will negotiate the contract next week.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Tegen vrijdag zullen de twee partijen over de prijs hebben onderhandeld.
By Friday the two parties will have negotiated about the price.