Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik leg neer
jij/je legt neer
hij/zij/het/u legt neer
wij/we leggen neer
jullie leggen neer
zij/ze leggen neer
onvoltooid verleden tijdpast
ik legde neer
jij/je legde neer
hij/zij/het/u legde neer
wij/we legden neer
jullie legden neer
zij/ze legden neer
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb neergelegd
jij/je hebt neergelegd
hij/zij/het/u heeft neergelegd
wij/we hebben neergelegd
jullie hebben neergelegd
zij/ze hebben neergelegd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had neergelegd
jij/je had neergelegd
hij/zij/het/u had neergelegd
wij/we hadden neergelegd
jullie hadden neergelegd
zij/ze hadden neergelegd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal neerleggen
jij/je zult neerleggen
hij/zij/het/u zal neerleggen
wij/we zullen neerleggen
jullie zullen neerleggen
zij/ze zullen neerleggen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben neergelegd
jij/je zult hebben neergelegd
hij/zij/het/u zal hebben neergelegd
wij/we zullen hebben neergelegd
jullie zullen hebben neergelegd
zij/ze zullen hebben neergelegd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou neerleggen
jij/je zou neerleggen
hij/zij/het/u zou neerleggen
wij/we zouden neerleggen
jullie zouden neerleggen
zij/ze zouden neerleggen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben neergelegd
jij/je zou hebben neergelegd
hij/zij/het/u zou hebben neergelegd
wij/we zouden hebben neergelegd
jullie zouden hebben neergelegd
zij/ze zouden hebben neergelegd
gebiedende wijs: leg neer
tegenwoordig deelwoord: neerleggend
voltooid deelwoord: neergelegd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik leg mijn telefoon even neer.
I put my phone down for a moment.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij legde het boek op de tafel neer.
He laid the book down on the table.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben de sleutels op het kastje neergelegd.
We have put the keys down on the cabinet.
Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect
Zonder die tafel zou ik de tas op de grond hebben neergelegd.
Without that table, I would have laid the bag on the floor.