Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kijk na
jij/je kijkt na
hij/zij/het/u kijkt na
wij/we kijken na
jullie kijken na
zij/ze kijken na
onvoltooid verleden tijdpast
ik keek na
jij/je keek na
hij/zij/het/u keek na
wij/we keken na
jullie keken na
zij/ze keken na
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb nagekeken
jij/je hebt nagekeken
hij/zij/het/u heeft nagekeken
wij/we hebben nagekeken
jullie hebben nagekeken
zij/ze hebben nagekeken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had nagekeken
jij/je had nagekeken
hij/zij/het/u had nagekeken
wij/we hadden nagekeken
jullie hadden nagekeken
zij/ze hadden nagekeken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal nakijken
jij/je zult nakijken
hij/zij/het/u zal nakijken
wij/we zullen nakijken
jullie zullen nakijken
zij/ze zullen nakijken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben nagekeken
jij/je zult hebben nagekeken
hij/zij/het/u zal hebben nagekeken
wij/we zullen hebben nagekeken
jullie zullen hebben nagekeken
zij/ze zullen hebben nagekeken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou nakijken
jij/je zou nakijken
hij/zij/het/u zou nakijken
wij/we zouden nakijken
jullie zouden nakijken
zij/ze zouden nakijken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben nagekeken
jij/je zou hebben nagekeken
hij/zij/het/u zou hebben nagekeken
wij/we zouden hebben nagekeken
jullie zouden hebben nagekeken
zij/ze zouden hebben nagekeken
gebiedende wijs: kijk na
tegenwoordig deelwoord: nakijkend
voltooid deelwoord: nagekeken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De juf kijkt de toetsen vanavond na.
The teacher is checking the tests tonight.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik keek mijn antwoorden nog een keer na.
I checked my answers one more time.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft het huiswerk al nagekeken.
He has already corrected the homework.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
De leraar zou vanavond onze toetsen nakijken.
The teacher would check our tests tonight.