Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik motiveer
jij/je motiveert
hij/zij/het/u motiveert
wij/we motiveren
jullie motiveren
zij/ze motiveren
onvoltooid verleden tijdpast
ik motiveerde
jij/je motiveerde
hij/zij/het/u motiveerde
wij/we motiveerden
jullie motiveerden
zij/ze motiveerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gemotiveerd
jij/je hebt gemotiveerd
hij/zij/het/u heeft gemotiveerd
wij/we hebben gemotiveerd
jullie hebben gemotiveerd
zij/ze hebben gemotiveerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gemotiveerd
jij/je had gemotiveerd
hij/zij/het/u had gemotiveerd
wij/we hadden gemotiveerd
jullie hadden gemotiveerd
zij/ze hadden gemotiveerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal motiveren
jij/je zult motiveren
hij/zij/het/u zal motiveren
wij/we zullen motiveren
jullie zullen motiveren
zij/ze zullen motiveren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gemotiveerd
jij/je zult hebben gemotiveerd
hij/zij/het/u zal hebben gemotiveerd
wij/we zullen hebben gemotiveerd
jullie zullen hebben gemotiveerd
zij/ze zullen hebben gemotiveerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou motiveren
jij/je zou motiveren
hij/zij/het/u zou motiveren
wij/we zouden motiveren
jullie zouden motiveren
zij/ze zouden motiveren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gemotiveerd
jij/je zou hebben gemotiveerd
hij/zij/het/u zou hebben gemotiveerd
wij/we zouden hebben gemotiveerd
jullie zouden hebben gemotiveerd
zij/ze zouden hebben gemotiveerd
gebiedende wijs: motiveer
tegenwoordig deelwoord: motiverend
voltooid deelwoord: gemotiveerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De trainer motiveert het team voor de wedstrijd.
The coach motivates the team for the match.
Onvoltooid verleden tijdPast
Haar mooie woorden motiveerden mij enorm.
Her kind words motivated me enormously.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De nieuwe leraar heeft ons echt gemotiveerd.
The new teacher has really motivated us.