Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik mopper
jij/je moppert
hij/zij/het/u moppert
wij/we mopperen
jullie mopperen
zij/ze mopperen
onvoltooid verleden tijdpast
ik mopperde
jij/je mopperde
hij/zij/het/u mopperde
wij/we mopperden
jullie mopperden
zij/ze mopperden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gemopperd
jij/je hebt gemopperd
hij/zij/het/u heeft gemopperd
wij/we hebben gemopperd
jullie hebben gemopperd
zij/ze hebben gemopperd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gemopperd
jij/je had gemopperd
hij/zij/het/u had gemopperd
wij/we hadden gemopperd
jullie hadden gemopperd
zij/ze hadden gemopperd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal mopperen
jij/je zult mopperen
hij/zij/het/u zal mopperen
wij/we zullen mopperen
jullie zullen mopperen
zij/ze zullen mopperen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gemopperd
jij/je zult hebben gemopperd
hij/zij/het/u zal hebben gemopperd
wij/we zullen hebben gemopperd
jullie zullen hebben gemopperd
zij/ze zullen hebben gemopperd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou mopperen
jij/je zou mopperen
hij/zij/het/u zou mopperen
wij/we zouden mopperen
jullie zouden mopperen
zij/ze zouden mopperen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gemopperd
jij/je zou hebben gemopperd
hij/zij/het/u zou hebben gemopperd
wij/we zouden hebben gemopperd
jullie zouden hebben gemopperd
zij/ze zouden hebben gemopperd
gebiedende wijs: mopper
tegenwoordig deelwoord: mopperend
voltooid deelwoord: gemopperd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Opa moppert altijd op het weer.
Grandpa always grumbles about the weather.
Onvoltooid verleden tijdPast
De reizigers mopperden over de vertraging.
The travellers grumbled about the delay.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb vanochtend flink gemopperd op de regen.
I grumbled a lot about the rain this morning.