Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik mag
jij/je mag
hij/zij/het/u mag
wij/we mogen
jullie mogen
zij/ze mogen
onvoltooid verleden tijdpast
ik mocht
jij/je mocht
hij/zij/het/u mocht
wij/we mochten
jullie mochten
zij/ze mochten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gemogen
jij/je hebt gemogen
hij/zij/het/u heeft gemogen
wij/we hebben gemogen
jullie hebben gemogen
zij/ze hebben gemogen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gemogen
jij/je had gemogen
hij/zij/het/u had gemogen
wij/we hadden gemogen
jullie hadden gemogen
zij/ze hadden gemogen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal mogen
jij/je zult mogen
hij/zij/het/u zal mogen
wij/we zullen mogen
jullie zullen mogen
zij/ze zullen mogen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gemogen
jij/je zult hebben gemogen
hij/zij/het/u zal hebben gemogen
wij/we zullen hebben gemogen
jullie zullen hebben gemogen
zij/ze zullen hebben gemogen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou mogen
jij/je zou mogen
hij/zij/het/u zou mogen
wij/we zouden mogen
jullie zouden mogen
zij/ze zouden mogen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gemogen
jij/je zou hebben gemogen
hij/zij/het/u zou hebben gemogen
wij/we zouden hebben gemogen
jullie zouden hebben gemogen
zij/ze zouden hebben gemogen
gebiedende wijs: --
tegenwoordig deelwoord: mogend
voltooid deelwoord: gemogen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Je mag elk dessert kiezen dat je wilt.
You may choose any dessert you like.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij mocht op vrijdagavonden laat opblijven.
He was allowed to stay up late on Fridays.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb hem altijd graag gemogen.
I have always liked him.