Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik merk
jij/je merkt
hij/zij/het/u merkt
wij/we merken
jullie merken
zij/ze merken
onvoltooid verleden tijdpast
ik merkte
jij/je merkte
hij/zij/het/u merkte
wij/we merkten
jullie merkten
zij/ze merkten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gemerkt
jij/je hebt gemerkt
hij/zij/het/u heeft gemerkt
wij/we hebben gemerkt
jullie hebben gemerkt
zij/ze hebben gemerkt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gemerkt
jij/je had gemerkt
hij/zij/het/u had gemerkt
wij/we hadden gemerkt
jullie hadden gemerkt
zij/ze hadden gemerkt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal merken
jij/je zult merken
hij/zij/het/u zal merken
wij/we zullen merken
jullie zullen merken
zij/ze zullen merken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gemerkt
jij/je zult hebben gemerkt
hij/zij/het/u zal hebben gemerkt
wij/we zullen hebben gemerkt
jullie zullen hebben gemerkt
zij/ze zullen hebben gemerkt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou merken
jij/je zou merken
hij/zij/het/u zou merken
wij/we zouden merken
jullie zouden merken
zij/ze zouden merken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gemerkt
jij/je zou hebben gemerkt
hij/zij/het/u zou hebben gemerkt
wij/we zouden hebben gemerkt
jullie zouden hebben gemerkt
zij/ze zouden hebben gemerkt
gebiedende wijs: merk
tegenwoordig deelwoord: merkend
voltooid deelwoord: gemerkt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik merk niets van de drukte.
I do not notice the crowds at all.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij merkte de fout pas thuis.
He only noticed the mistake at home.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben het verschil meteen gemerkt.
We noticed the difference immediately.