Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik meng
jij/je mengt
hij/zij/het/u mengt
wij/we mengen
jullie mengen
zij/ze mengen
onvoltooid verleden tijdpast
ik mengde
jij/je mengde
hij/zij/het/u mengde
wij/we mengden
jullie mengden
zij/ze mengden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gemengd
jij/je hebt gemengd
hij/zij/het/u heeft gemengd
wij/we hebben gemengd
jullie hebben gemengd
zij/ze hebben gemengd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gemengd
jij/je had gemengd
hij/zij/het/u had gemengd
wij/we hadden gemengd
jullie hadden gemengd
zij/ze hadden gemengd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal mengen
jij/je zult mengen
hij/zij/het/u zal mengen
wij/we zullen mengen
jullie zullen mengen
zij/ze zullen mengen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gemengd
jij/je zult hebben gemengd
hij/zij/het/u zal hebben gemengd
wij/we zullen hebben gemengd
jullie zullen hebben gemengd
zij/ze zullen hebben gemengd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou mengen
jij/je zou mengen
hij/zij/het/u zou mengen
wij/we zouden mengen
jullie zouden mengen
zij/ze zouden mengen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gemengd
jij/je zou hebben gemengd
hij/zij/het/u zou hebben gemengd
wij/we zouden hebben gemengd
jullie zouden hebben gemengd
zij/ze zouden hebben gemengd
gebiedende wijs: meng
tegenwoordig deelwoord: mengend
voltooid deelwoord: gemengd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik meng de suiker door het beslag.
I mix the sugar into the batter.
Onvoltooid verleden tijdPast
De kok mengde de kruiden door de saus.
The cook mixed the herbs into the sauce.
Gebiedende wijsImperative
Meng de eieren met de bloem.
Mix the eggs with the flour.