Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik luk
jij/je lukt
hij/zij/het/u lukt
wij/we lukken
jullie lukken
zij/ze lukken
onvoltooid verleden tijdpast
ik lukte
jij/je lukte
hij/zij/het/u lukte
wij/we lukten
jullie lukten
zij/ze lukten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben gelukt
jij/je bent gelukt
hij/zij/het/u is gelukt
wij/we zijn gelukt
jullie zijn gelukt
zij/ze zijn gelukt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was gelukt
jij/je was gelukt
hij/zij/het/u was gelukt
wij/we waren gelukt
jullie waren gelukt
zij/ze waren gelukt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal lukken
jij/je zult lukken
hij/zij/het/u zal lukken
wij/we zullen lukken
jullie zullen lukken
zij/ze zullen lukken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn gelukt
jij/je zult zijn gelukt
hij/zij/het/u zal zijn gelukt
wij/we zullen zijn gelukt
jullie zullen zijn gelukt
zij/ze zullen zijn gelukt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou lukken
jij/je zou lukken
hij/zij/het/u zou lukken
wij/we zouden lukken
jullie zouden lukken
zij/ze zouden lukken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn gelukt
jij/je zou zijn gelukt
hij/zij/het/u zou zijn gelukt
wij/we zouden zijn gelukt
jullie zouden zijn gelukt
zij/ze zouden zijn gelukt
gebiedende wijs: luk
tegenwoordig deelwoord: lukkend
voltooid deelwoord: gelukt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het lukt me vandaag niet zo goed.
I am not managing very well today.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De taart is deze keer goed gelukt.
The cake turned out well this time.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Dat zal jou zeker lukken.
You will certainly manage that.